Winstmarge en opslag – rekenmachine
Een winkelier koopt een mok voor € 8 in en verkoopt hem voor € 10. Hij verdient € 2, maar hoeveel procent is dat? Dat hangt ervan af waarvan we het berekenen. De winstmarge is de winst als deel van de verkoopprijs, hier 2:10 = 20%. De opslag is de winst als deel van de inkoopprijs, 2:8 = 25%. Het blijft steeds dezelfde € 2, alleen telkens ten opzichte van een ander geheel.
Mensen halen dit door elkaar en in de praktijk kost dat geld. Wie een winstmarge van 25% wil halen en 25% bij de inkoopprijs optelt, heeft in werkelijkheid maar een winstmarge van 20%. De opslag is altijd groter dan de winstmarge, omdat de inkoopprijs kleiner is dan de verkoopprijs.
Vul de inkoopprijs en de verkoopprijs allebei inclusief btw of allebei exclusief btw in, en meng ze niet.
Hoe de berekening werkt
De rekenmachine rekent met de formules
Hier is n de inkoopprijs en p de verkoopprijs.
De winst is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs, 10 − 8 = 2 euro. De winstmarge krijgen we door de winst door de verkoopprijs te delen:
De opslag krijgen we door de winst door de inkoopprijs te delen:
Tussen beide getallen kun je ook omrekenen zonder prijzen. Een winstmarge van 20% betekent dat van elke € 100 omzet € 80 inkoop is en € 20 winst, en 20:80 is een opslag van 25%. Een winstmarge van 50% hoort bij een opslag van 100%, dus verkopen voor het dubbele. De winstmarge kan nooit 100% bereiken, want dan zou het product gratis moeten zijn.
Hoofdstukken: Samengestelde interest – rekenmachine, Maandlasten van een lening of hypotheek – rekenmachine, Maandrente en effectieve rente – rekenmachine, Wanneer je geld verdubbelt – rekenmachine, Winstmarge en opslag – rekenmachine