Snelheid, tijd en afstand – rekenmachine
Snelheid, tijd en afstand horen bij één formule: snelheid is de afgelegde afstand gedeeld door de tijd. Als je van Amsterdam naar Maastricht 210 km in 2 uur rijdt, was je gemiddelde snelheid 105 km/h. Uit twee bekende grootheden kun je dus altijd de derde berekenen, je moet alleen de formule omdraaien.
Let alleen op de eenheden. Kilometers gedeeld door uren geeft km/h, meters gedeeld door seconden geeft m/s en het ene reken je om in het andere met het getal 3,6: 1 m/s = 3,6 km/h. De rekenmachines letten daar voor je op, afstand en tijd mag je in elke eenheid invullen.
Snelheid uit afstand en tijd
Afstand uit snelheid en tijd
Tijd uit afstand en snelheid
Hoe de berekening werkt
Alle drie de rekenmachines gebruiken dezelfde formule, steeds anders omgedraaid:
In de eerste rekenmachine hebben we 120 km in anderhalf uur afgelegd. We vullen in de formule in:
In meters per seconde is dat 80:3,6 ≈ 22,22 m/s.
In de tweede rijden we 45 minuten lang 80 km/h. De minuten rekenen we eerst om in uren, 45 minuten is driekwart uur, dus 0,75 uur:
In de derde hebben we 300 km snelweg voor de boeg en rijden we 120 km/h:
Een half uur is 30 minuten, dus de reis duurt 2 uur en 30 minuten. Een veelgemaakte fout is om 2,5 uur te lezen als “twee uur vijftig”. In werkelijkheid is het twintig minuten minder, want een uur heeft 60 minuten, geen 100.
Het gaat om de gemiddelde snelheid: de rekenmachine maakt het niet uit dat je een half uur in de file stond en daarna probeerde de tijd in te halen. Meer voorbeelden met omrekeningen van eenheden vind je in het artikel Hoe bereken je de gemiddelde snelheid?. En waarom de gemiddelde snelheid van een rit heen (120 km/h) en terug (40 km/h) niet 80 km/h is, legt het harmonisch gemiddelde uit.
Hoofdstukken: Snelheid, tijd en afstand – rekenmachine, Looptempo – rekenmachine, Brandstofverbruik van een auto – rekenmachine, Kosten van een autorit – rekenmachine, Oplossingen verdunnen en mengen – rekenmachine