✖

Midden van een lijnstuk – rekenmachine

Het midden van een lijnstuk is het punt dat precies halverwege tussen de eindpunten ligt. De coördinaten ervan zijn de gemiddelden van de coördinaten van de eindpunten: we tellen de twee x-coördinaten op en delen door twee, en met y doen we hetzelfde.

Punt A ( ; )
Punt B ( ; )

Het midden van lijnstuk AB is het punt M(4; −2).

Lijnstuk AB en het oranje midden M, dat het lijnstuk in twee even lange helften verdeelt. Op de assen liggen de coördinaten van het midden precies halverwege tussen x_1 en x_2 en tussen y_1 en y_2

Hoe je het berekent

Voor de punten A(x1, y1) en B(x2, y2) is het midden

M(x1+x22,y1+y22)

Voor de punten A(2, 1) en B(6, −5) berekenen we het gemiddelde van de x-coördinaten en daarna van de y-coördinaten:

2+62=82=4,1+(−5)2=−42=−2

Het midden is dus M(4, −2). Een controle op het oog: van A naar M gaan we 2 naar rechts en 3 naar beneden, van M naar B weer 2 naar rechts en 3 naar beneden. Hoe ver de punten van elkaar liggen, bereken je met de rekenmachine voor de afstand tussen twee punten.

Hoofdstukken: Kwadratische vergelijking – rekenmachine, Lineaire vergelijking – rekenmachine, Stelsel van twee lineaire vergelijkingen – rekenmachine, Afstand tussen twee punten – rekenmachine, Midden van een lijnstuk – rekenmachine, Vergelijking van een lijn door twee punten – rekenmachine, Afronden – rekenmachine, Wetenschappelijke notatie – rekenmachine, Gemengd getal en breuk – rekenmachine