✖

Basisveranderingsmatrix

Als we een vectorruimte V en twee bases daarvan hebben, kunnen we één vector uit de ruimte uitdrukken als combinatie van vectoren uit beide bases. De basisveranderingsmatrix (ook overgangsmatrix genoemd) helpt ons dan om de ene uitdrukking om te zetten in de andere.

Motivatie

We nemen een n-dimensionale vectorruimte V en twee verschillende bases daarvan E = {e1, …, en} en F = {f1, …, fn}. Verder kiezen we een vector x uit V. Omdat x uit de ruimte V komt en omdat E en F allebei bases van deze ruimte zijn, moet gelden dat er coëfficiënten a1, …, an bestaan zodat:

x=a1⋅e1+…+an⋅en

en tegelijk moeten er coëfficiënten b1, …, bn bestaan zodat:

x=b1⋅f1+…+bn⋅fn

In het eerste geval drukken we de vector x uit met behulp van de basis E, in het tweede geval met behulp van de basis F. We gebruiken twee verschillende bases om x uit te drukken, dus we krijgen ook twee verschillende sets coëfficiënten ai en bi. De vraag dient zich aan: als we de coëfficiënten bi kennen, bestaat er dan een manier om uit deze coëfficiënten de coëfficiënten ai te krijgen, dus de uitdrukking ten opzichte van de eerste basis?

Ja, daar dient de zogenaamde basisveranderingsmatrix voor.

Hoe krijg je de basisveranderingsmatrix

We blijven erbij dat we een ruimte V en twee bases E = {e1, …, en} en F = {f1, …, fn} hebben. Omdat E een basis van de ruimte V is, kunnen zeker ook alle vectoren f1, …, fn worden uitgedrukt als lineaire combinaties van vectoren uit de basis E. De vectoren f1, …, fn maken weliswaar deel uit van de basis F, maar zijn tegelijk gewone elementen van de ruimte V, dus er moet gelden:

f1=a11⋅e1+a21⋅e2+…+an1⋅enf2=a12⋅e1+a22⋅e2+…+an2⋅en…fn=a1n⋅e1+a2n⋅e2+…+ann⋅en

We schrijven deze vergelijkingen nu over in een matrix zodat in de eerste kolom van de matrix de coëfficiënten van de vector f_1 staan, dus ai1, in de tweede de coëfficiënten van de vector f_2, dus ai2, enzovoort. We krijgen de matrix:

P=(a11a12…a1na21a22…a2n…an1an2…ann)

Zo'n matrix heet de basisveranderingsmatrix van basis E naar basis F. Als we een vector x = (x1, …, xn) uit V hebben die ten opzichte van de basis F coëfficiënten b1, …, bn heeft, dan krijgen we de coëfficiënten a1, …, an ten opzichte van de basis E met

(a1⋮an)=P⋅(b1⋮bn)

Voorbeeld

We werken in de vectorruimte ℝ3. We kiezen als ene basis de standaardbasis E = {(1, 0, 0), (0, 1, 0), (0, 0, 1)} en als andere basis F = {(2, 0, 0), (3, 2, 0), (1, 5, 4)}. De basisveranderingsmatrix van basis E naar basis F heeft de vorm

P=(231025004)

Nu kiezen we een willekeurige vector x ∈ ℝ3, bijvoorbeeld x = (12, 41, 28). Die heeft ten opzichte van de basis F de coëfficiënten b1 = −2, b2 = 3, b3 = 7. We voeren dus het product van matrices uit:

(231025004)⋅(−237)=(124128)

Ten opzichte van de basis E heeft de vector x de coëfficiënten a1 = 12, a2 = 41, a3 = 28. Er geldt dus:

(12,41,28)=12⋅(1,0,0)+41⋅(0,1,0)+28⋅(0,0,1)

Hoofdstukken: Vectorruimten, Voorbeelden van vectorruimten, Deelruimte, Lineaire combinatie van vectoren, Lineair opspansel, Basis van een vectorruimte, Dimensie van een vectorruimte, Basisveranderingsmatrix