Stellingen van Euclides
De oude Alexandrijnse wiskundige Euclides stelde twee stellingen op over driehoeken, die specifiek gaan over de hoogtelijn en de rechthoekszijde.
Hoogtestelling van Euclides
Deze stelling werkt alleen in een rechthoekige driehoek. Laten we naar de basisopgave kijken:
We hebben hier een driehoek ABC, zijde c is de schuine zijde, lijnstuk hc is de hoogtelijn op zijde c. Punt Hc verdeelt zijde c in twee lijnstukken: lijnstuk AHc noemen we cb en lijnstuk BHc noemen we ca.
De hoogtestelling van Euclides zegt dan dat het volgende verband geldt:
waarbij hc de lengte van lijnstuk hc aanduidt enzovoort. Met andere woorden: als we een vierkant met zijde hc en een rechthoek met zijden ca en cb zouden maken, dan zouden deze figuren dezelfde oppervlakte hebben. Kijk naar de volgende afbeelding, waarin precies zo'n vierkant en rechthoek zijn gemarkeerd:
De hoogtestelling van Euclides zegt dat deze figuren dezelfde oppervlakte hebben. Het rode vierkant heeft zijde hc, de groene rechthoek heeft één zijde gelijk aan ca en de lengte van de andere zijde is gelijk aan cb.
Rechthoekszijdestelling van Euclides
Ook deze tweede stelling van Euclides geldt in een rechthoekige driehoek. We blijven bij de eerste afbeelding van de driehoek:
De tweede stelling beweert dan dat
Als we een vierkant met zijde a maken, dan heeft dit vierkant dezelfde oppervlakte als een rechthoek met zijden c en ca. Je kunt het vierkant en de rechthoek weer bekijken:
Hoofdstukken: Kegelsneden, Ellips, Hyperbool, Parabool, Stellingen van Euclides