✖

Veeltermen ontbinden in factoren

Een veelterm, oftewel polynoom, kan in factoren worden ontbonden. Stel dat we de veelterm hebben

Pn(x)=anxn+an−1xn−1+…+a1x1+a0x0,

De constante n is de graad van de veelterm, dus de hoogste exponent die in de veelterm voorkomt en waarvan de coëfficiënt niet nul is. De veelterm x3 − 4x2 − 5x heeft bijvoorbeeld graad 3. Alle andere exponenten zijn lager (de exponenten 2 en 1) of hebben coëfficiënt nul. Nu kunnen we zeggen dat als we een nulpunt k van onze veelterm vinden, er een andere veelterm Qn − 1(x) bestaat die een graad lager is en waarvoor

Pn(x)=(x−k)⋅Qn−1(x).

Het klinkt ingewikkeld, maar het zegt eigenlijk dat als we een nulpunt van de veelterm Pn(x) kennen, we een andere veelterm Qn − 1(x) kunnen vinden die, vermenigvuldigd met de uitdrukking (x − k), de oorspronkelijke veelterm Pn(x) geeft, waarbij de veelterm Qn − 1(x) een graad lager is dan de veelterm Pn(x). Als we naar onze veelterm P3(x) = x3 − 4x2 − 5x kijken, zien we dat één van de nulpunten van de veelterm het getal k1 = 0 is (want als we in de veelterm voor x nul invullen, is de hele uitdrukking gelijk aan nul). Er moet dus een veelterm Q2(x) bestaan zodat

P3(x)=(x−0)⋅Q2(x)

Hier is het eenvoudig, want x − 0 is natuurlijk gelijk aan x en we krijgen dus de vergelijking:

P3(x)=x⋅Q2(x)

Uit de oorspronkelijke veelterm P3(x) hoeven we alleen x buiten haakjes te brengen en we krijgen onze nieuwe veelterm Q2(x):

P3(x)=x⋅(x2−4x−5)

Dat is de eerste ontbinding van de veelterm in factoren. De oorspronkelijke veelterm x3 − 4x2 − 5x hebben we kunnen ontbinden in het product van (x − 0) maal x2 − 4x − 5, en dat is een veelterm van lagere graad. Deze veelterm x2 − 4x − 5 kunnen we echter weer verder ontbinden. Als we de kwadratische vergelijking

x2−4x−5=0

oplossen, vinden we dat de oplossingen van deze vergelijking de getallen k2 = 5 en k3 = −1 zijn. We zouden dus een veelterm Q1(x) moeten kunnen vinden zodat

Q2(x)=(x−5)⋅Q1(x)

De veelterm Q1(x) vinden is niet helemaal eenvoudig, we kunnen bijvoorbeeld de staartdeling van veeltermen gebruiken. Zo vinden we dat de uitkomst de veelterm Q1(x) = x + 1 is, dus we kunnen schrijven

x2−4x−5=(x−5)⋅(x+1)

De hele oorspronkelijke veelterm P3(x) is gelijk aan:

P3(x)=x⋅(x−5)⋅(x+1)

Als we de hele veelterm zo ontbinden, kunnen we de afzonderlijke nulpunten mooi aflezen. Als een van de factoren in het product nul is, is de hele uitdrukking nul. Daarom is uit de notatie duidelijk dat de nulpunten van de veelterm precies de getallen k1 = 0, k2 = 5 en k3 = −1 zijn.

Hoofdstukken: Veeltermen, Veeltermen delen door een veelterm, Nulpunt van een veelterm (polynoom), Veeltermen ontbinden in factoren